Ik moet je iets bekennen.
Als ik eerlijk ben zie ik altijd een beetje op tegen de maand september.
Na een zomervakantie waarin niets moet en alles mag begint ‘het gewone leven weer’. Kinderen weer naar school. Zelf weer aan het werk. De clubjes en verenigingsleven starten weer op. Sportcompetities. Bijles. Verjaardagsfeestjes. Picknicks en andere afspraken. En sich allemaal gezellig, prima en fijn.  Maar alles bij elkaar opgeteld best een beetje veel. Te veel. Als ik niet uitkijk is mijn ontspannen vakantiegevoel binnen no-time met de Noorderzon vertrokken.

Als ik om me heen kijk ben ik niet de enige die hiermee worstelt.
Vorige week zat ze naast me. Het huilen stond haar nader dan het lachen. Ze was moe. Overbelast. In teveel gaten gesprongen die vielen of dreigden te vallen. Mantelzorgen voor een schoonmoeder op twee uur reisafstand (enkele reis). Extra invallen bij vakanties en ziekte op het werk. Allerlei sociale verplichtingen. Op tijd het eten op tafel want de kinderen moeten nog sporten. In het weekend rijden van- en naar de sportcompetitie die weer opgestart is. Daarna de was draaien van het elftal. Deed ze al jaren. Terwijl de rek er eigenlijk wel uit is. Ik merk aan mezelf dat ik al moe word als ik luister naar alles wat ze moet van zichzelf.

Ze zegt letterlijk: ‘Alles voelt als moeten.‘
We zoomen samen uit. Nemen afstand van de situatie waar ze nu middenin zit. We brengen in kaart wat ze allemaal moet van zichzelf.

En ik stel haar de vraag: Moet jij dat allemaal doen?
Vooral de mantelzorg voor haar schoonmoeder valt haar zwaar. In het gesprek onderzoeken we waar ze ruimte kan maken voor zichzelf. Om uit te rusten, op te laden en te ontspannen.

Al snel blijkt dat schoonmoeder meerdere kinderen heeft. Ik vraag haar: ‘Zou één van haar kinderen aankomend weekend de zorg voor je schoonmoeder over kunnen nemen?’

Ze kijkt me verrast aan en zegt: ‘Wie A zegt moet ook B zeggen…Toch?’
‘Ik kan toch niet terugkomen op een toezegging die ik gedaan heb?’

Hardnekkige oude stemmetjes, oude patronen komen naar voren.
Ze is gewend om altijd voor anderen klaar te staan en dan pas voor zichzelf te zorgen. Ik spiegel haar dat als ze zo doorgaat ze het risico loopt om zelf ziek te worden. Ze beaamt dat ze moe is en dit niet veel langer volhoud.

Ik vraag haar: ‘Zou je man ook alleen naar zijn moeder kunnen gaan?’

Daar had ze eigenlijk nog niet over nagedacht. Maar in het gesprek blijkt al snel dat dat een optie is. Zo pellen we nog een aantal dingen af die ze allemaal moet van zichzelf. En we verkennen samen hoe zij beter voor zichzelf kan zorgen. Opgelucht en met een lichter gevoel loopt ze de deur uit.

Vandaag kreeg ik een mailtje van haar. Manlief is alleen naar zijn moeder gegaan. Ze heeft een aantal afspraken afgezegd in het weekend en is zondag alleen een stuk gaan wandelen. Daarna is ze met een pot thee en een boek op de bank gekropen. Ze geeft aan dat ze meer energie heeft en zich blijer voelt.

Je mag jezelf toestaan om terug te komen op een afspraak of toezegging die je gedaan hebt.
Als je A hebt gezegd, mag je jezelf toestaan om op die afspraak terug te komen.

En je mag het jezelf ook toestaan om een keer ‘Nee’ te zeggen op een vraag. Je hoeft niet op iedere uitnodiging in te gaan. Je hoeft niet overal bij te zijn.

Welke oude stemmetjes en patronen houden jou soms tegen om goed voor jezelf te zorgen?
Om te doen ‘Wat er van je verwacht wordt’ in plaats van te voelen wat jij eigenlijk nodig hebt?

Wat je kan helpen is je agenda er eens bij te pakken en jezelf de vraag te stellen: welke afspraken maken me blij? En welke afspraken kan ik afzeggen? Wanneer heb ik tijd en ruimte voor mij en de dingen die mij blij maken? En als die jou-tijd er nog niet in staat wil ik je uitnodigen om die in te plannen.

Ik wens je een fijne dag!

Hartelijke groet,